Dragen en borstvoeding

Een baby die gedragen wordt, krijgt de gelegenheid in een rustig tempo te wennen aan het leven buiten de baarmoeder. De bewegingen in de doek zijn herkenbaar, net als de geluiden en het lichaamscontact. Dragen geeft veiligheid en geborgenheid, net als toen de baby nog in de baarmoeder zat. Door een draagdoek te gebruiken, kan een baby een vergelijkbaar ritme aanhouden als in de baarmoeder. Hij kan slapen en eten wanneer zijn lichaam daartoe de behoefte aangeeft.

Dragen bevordert de interactie en daarmee de hechting tussen ouder en kind. Door de nabijheid leer je als ouder de signalen van je baby beter kennen en interpreteren. Denk hierbij onder andere aan de vroege hongersignalen, zoals het zoeken, sabbelen en tong uitsteken. Als je baby in zijn kamer in een bedje ligt, ga je daar sneller aan voorbij. De baby zal echt moeten huilen eer je hem hoort. Dat kost energie die baby’s beter kunnen gebruiken om te groeien.

Als je je baby bij je draagt, heeft hij makkelijk toegang tot de borst. Dit kan leiden tot vaker aanleggen, waardoor de melkproductie wordt gestimuleerd. Dragen ondersteunt op deze manier dus de borstvoeding. Bovendien zorgt het nauwe contact van moeder en kind tot een betere productie van oxytocine, waardoor niet alleen de melk beter toestroomt, maar zowel de moeder als het kind zich meer ontspannen voelt dan wanneer ze van elkaar gescheiden zijn.

Dragen en borstvoeding: een goede combinatie!

 

tekst afkomstig van de flyer over dragen en borstvoeding van de vereniging van draagdoekconsulenten.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>