Knoop richtlijnen

Je hebt de wereld van het dragen ontdekt en een doek gekocht. Dan komt onvermijdelijk de vraag: Met welke knoop ga je beginnen? Welke knoop is geschikt voor een pasgeboren baby? Wat als je wilt rugdragen? Hieronder volgt een overzicht van alle knopen die ik goed ken voorzien van richtlijnen wanneer je ze kunt gebruiken. Knoop richtlijnen, geen wetten. Iedere situatie is anders, daarom is het heel goed mogelijk dat je in overleg met een draagconsulent in jouw specifieke situatie op andere oplossingen komt.

Vanaf wanneer is welke knoop geschikt vanaf geboorte voldoende hoofdstabiliteit zelfstandig zitten zelfstandig tot zit komen zelfstandig tot zit komen en niet in de doek slapen
Buikdragen
PWCC X
FWCC X
Kangaroe X
FCC X
SCC X
Heupdragen
Ringsling X
Korte doek met schuifknoop X
Korte doek met ringen X
Huftslinge X
Rugdragen
Ruck X
SHBC X
DH X
BWCC X
DRS2S X
RRRR X
DH-R X
Torsodragen
Torsodoek X
Geweven doek X
Vanaf wanneer is welke knoop geschikt vanaf geboorte voldoende hoofdstabiliteit zelfstandig zitten zelfstandig tot zit komen zelfstandig tot zit komen en niet in de doek slapen

 

Rekbare doek

Een rekbare doek is uitsluitend geschikt om je kindje mee op de buik te dragen. Rugdragen is gevaarlijk omdat een kindje zo uit de doek kan glippen. Dit filmpje op youtube laat dit duidelijk zien. Je kan met een rekbare doek één knoop doen die veilig is, de PWCC.

SJ2014022584 kopie?renPWCC: Pocket Wrap Cross Carry

Bij deze knoop zitten er drie lagen stof helemaal uitgespreid over de rug van je kindje. Dit is waar de rekbare doek zijn kracht uit haalt. Door de wrijving van de drie lagen doek over elkaar wordt het een stevig geheel dat voldoende ondersteuning geeft aan de rug van je kindje. Een rekbare doek is te gebruiken vanaf de geboorte tot dat je het zelf te zwaar vind worden. Hij gaat door de rek bij zwaardere kindjes doorhangen wat niet prettig loopt. Hele kleine babytjes (prematuur) kunnen beter in een geweven doek gedragen worden. Hierin worden ze beter ondersteund en zit er minder stof tussen de beentjes.

Buikdragen met een geweven doek

Er zijn verschillende knopen die je met een geweven doek kan doen om je kindje op de buik te dragen.

Aangepaste FWCC voor prematuren

Prematuur geboren kindjes kan je heel goed dragen in een geweven doek. Hele kleine kindjes, tussen de 1200 en 1800 gram hebben wat minder kracht om goed te ademen, vandaar dat voor deze kindjes een aangepaste FWCC gebruikt wordt. In deze variant wordt er wat minder druk uitgeoefend op de romp van het kindje. Ik raad iedereen aan om, wanneer je een prematuur kindje wilt dragen, dit te doen in overleg en samenwerking met behandelend artsen en een gespecialiseerd draagconsulente.

FwccFWCC: Front Wrap Cross Carry

De FWCC is een relatief eenvoudige knoop die de meeste mensen als eerste leren om te knopen. Je kan hem gebruiken vanaf de geboorte en zelfs bij te vroeg geboren kindjes is het een optie. Ik draag mijn peuter van 12 kilo nog steeds zonder problemen in de FWCC. De banen uitspreiden wat veel gedaan wordt omdat je daarmee het gewicht beter zou kunnen verdelen is niet aan te raden. Hierdoor verlies je de ideale draaghouding waarbij de knietjes hoger zijn dan de billen en het ruggetje mooi bol. Daarnaast krijgt je kindje een veel minder actieve draaghouding. Meer het idee zoutzak dan een lekker wakker kind. Ook komt er veel meer gewicht op je schouders terecht waardoor het dragen juist zwaarder wordt. De truc bij de FWCC is goed aanspannen en de horizontale baan netjes uitspreiden zowel over de rug van je kindje als over je eigen rug.

Kangaroe knoop

De kangaroe knoop kan je net als de FWCC vanaf de geboorte gebruiken. Het is ook een knoop die prima geschikt is voor te vroeg geboren kindjes. De knoop is iets lastiger aan te leren dan de FWCC. Dit komt met name doordat je kindje enkel in een buideltje gedragen wordt en de doekbanen op je schouders één slag gedraaid zitten. Kindjes die zich overstrekken kan je beter niet met deze knoop dragen. Je loopt dan het risico dat ze zich uit het zitje strekken waardoor deze knoop in dat geval niet veilig is.

20141122_104009FCC: Front Cross Carry

De FCC is een knoop met verschillende pluspunten. Je kunt heb gebruiken vanaf het moment dat je kindje voldoende nekstabiliteit heeft. Het moet echt zijn hoofdje goed zelf omhoog kunnen houden gedurende lange tijd. De FCC kan je helemaal voorknopen en hoef je als je kindje er in zit enkel nog goed na te spannen. Hierdoor is het een ideale knoop om je kindje vaak in en uit te halen zonder helemaal opnieuw te beginnen met knopen. Het is ook een fijne knoop voor mensen met schouder klachten of een verminderen kracht in de handen en armen. Dit komt doordat je de doekbanen naar beneden toe aanspant ipv schuin omhoog. Kindjes die een spreidbroekje aan hebben draag je makkelijk in de FWCC. Het is eenvoudig om de banen opzij te doen en je kindje met spreidbroek en al op je buik te krijgen.

20141122_104014SCC: Short Cross Carry met en zonder ring

De SCC is een knoop waarbij net als bij de FCC twee banen schuin over de rug van je kindje lopen. Om die reden is deze geschikt vanaf het moment dat je kindje voldoende hoofdstabiliteit heeft. Je kan de knoop ook grotendeels voorknopen en kindje makkelijk in en uit de doek halen. Met name de variant waarbij je een slingring op de rug gebruikt is fijn voor mensen met rugklachten. Je kan de ring zo op de rug positioneren dat je de druk goed verdeelt en indien nodig bepaalde delen van je rug ontlast.

Heupdragen

Wanneer je kindje te groot wordt om op de buik te dragen of je meer bewegingsvrijheid wilt is heupdragen een goede oplossing. Zeker als je kindje of jijzelf nog niet toe is aan rugdragen. Door op de heup te dragen heb je één hand vrij. Je kindje kan lekker met je meekijken en er ook voor kiezen om zich voor de wereld af te schermen en naar je toe te draaien. Heupdragen is ook fijn op een feestje waar je veel contact hebt met andere mensen. Een nadeel van heupdragen is de asymmetrische belasting van je lijf doordat je op één schouder en één heup draagt.

IMG_1638Ringsling

Een ringsling is een korte doek met aan één kant twee ringen. De ringen draag je vlak onder je schouder. De staart leid je door de ringen zodat je deze goed aan kunt spannen. Een kindje kan je vanaf de geboorte tot ver in de peuterleeftijd in een ringsling dragen. Een ringsling staat bekend als eenvoudig in gebruik en ideaal voor korte stukjes. Mijn ervaring is dat het goed gebruik van een ringsling toch even oefenen is. Als je de truc eenmaal door hebt is het inderdaad een snelle manier van dragen.

20141122_092642Korte geweven doek en schuifknoop

Je kan een korte doek (maat 2 of 3) gebruiken om je kindje op de heup te dragen. Dit kan vanaf de geboorte doordat één laag doek tot goed hoog in de nek een pasgeborene voldoende ondersteund. Ook voor zware peuters is dit een prima knoop. Met behulp van een schuifknoop vlak onder je schouder kan je de doek goed aanspannen.

Korte geweven doek en ringsling ringen

Met behulp van twee ringsling ringen kan je een korte doek als ringsling gebruiken. De doek zit niet zoals bij een ringsling aan 1 kant om de ringen heen genaaid. Je haalt de doek aan beide kanten door de ringen en knoop verder hetzelfde als bij een ringsling. Deze knoop is geschikt vanaf de geboorte. Het voordeel van losse ringen gebruiken is dat je de doek ook nog voor andere knopen kunt gebruiken.


20141122_094219Huftslinge heupdragen met een lange geweven doek met en zonder ring

Ook deze knoop is geschikt vanaf de geboorte tot ver in de peuterleeftijd. Het grote verschil met heupdragen met een korte doek is dat je extra ruimte over hebt om de doek met behulp van de staarten te zekeren. Ook kan je de banen optioneel om je heup of middel knopen zodat het gewicht van je kindje net iets beter over je lijf verdeelt wordt. Wanneer je een slingring gebruikt bij deze knoop zul je merken dat het makkelijker is om de doek goed op spanning te krijgen. Wel is het lastiger om de doek goed op spanning te houden. Dit doordat een doek makkelijker door een ring glijd dan door een doekbaan.

Rugdragen

Er zijn enorm veel knopen en variaties op knopen om een kindje op je rug te kunnen dragen. Ik ken ze lang niet allemaal en leer steeds weer nieuwe knopen bij. Elke knoop heeft zo zijn eigen voor en nadelen en iedereen heeft zijn eigen favoriete knopen.

IMG_1775Ruck

De Ruck is de aangewezen knoop om mee te leren rugdragen. De Ruck is de basis van veel andere knopen. Wanneer je de Ruck kent is het makkelijker om andere knopen te leren. Het is de enige knoop waarmee je een pasgeboren kindje op de rug kunt dragen. Er gaat slechts één laag doek over de rug van je kindje waardoor deze mooi bol kan blijven. De doek komt tot hoog in de nek en je kan er eventueel een spuugdoekje in rollen zodat de nek voldoende ondersteund wordt. De Ruck geeft een mooie diepe zit waarbij de knietjes hoger zijn dan de billen. Daarnaast draag je deze knoop hoog op je rug zodat je kindje op de bolling van je rug ligt. Ook heb je meer contact met je kindje hoog op de rug dan wanneer deze lager op je rug zit. Het blijft aan te raden om hele jonge kindjes op de buik of rug te dragen. Ze zij nog zo klein en kwetsbaar dat het belangrijk is om ze goed in de gaten te kunnen houden en op hongersignalen te kunnen reageren.

20141122_150313SHBC: Secure High Back Carry

De SHBC is een comfortabele knoop. De doekbanen lopen in een kruis hoog over je borst waardoor ze niet van je schouders af kunnen zakken. Je kindje wordt ondersteund door twee lagen doek. Vandaar dat net als bij de FCC je kindje in ieder geval voldoende hoofdstabiliteit moet hebben. Met de banen die naar achter lopen fixeer je de beentjes. Daardoor is de knoop veilig en stevig maar wordt de houding net iets minder goed als bij de Ruck. Om die reden is het verstandig om met deze knoop te wachten tot je kindje zelf kan zitten. Zelfstandig gaan zitten zoals bij de DH is niet nodig. De SHBC is een knoop die je wanneer je hem goed in de vingers hebt heel snel kunt knopen.

fotoDH: Double Hammock

De Double Hammock is een knoop die het gewicht bijzonder goed over je lijf verdeelt. Dit komt door het schortje dat over je borst loopt. Dit is meteen de reden dat je met deze knoop je kindje wat lager op je rug draagt dan met bv de SHBC en de Ruck. Ook wordt hierdoor het bekken van je kindje iets meer naar voren gekanteld waardoor de rug vanzelf iets rechter wordt. Om deze reden is deze knoop geschikt voor kindjes die zelfstandig kunnen gaan zitten. Ze moeten echt zonder hulp van liggen of kruipen in zithouding kunnen komen en dan goed rechtop zitten zonder met de handjes op de knieën te steunen. De knoop is wat lastiger om te leren, wanneer je de Ruck onder de knie hebt is hij goed te doen.

20141115_154326BWCC: Back Wrap Cross Carry

De BWCC wordt net als de DH laag op de rug gedragen. Hij is geschikt voor kindjes die zelfstandig kunnen gaan zitten. Het is een knoop waarbij je vrij snel je kindje vast hebt in de doek wanneer je op je borst een knoop maakt. Dan is het een fijne knoop voor wiebelkontjes. Er gaan twee doekbanen onder de beentjes door waardoor deze knoop heel geschikt is voor kindjes die zich makkelijk uit de doek strekken.

20141122_165230DRS2S: Double Rebozo Schoulder to Schoulder

De DRS2S is een leuke variatie op de DH. Ook deze is geschikt vanaf het moment dat kindjes zelfstandig kunnen gaan zitten. Samen met de DH, de SHBC en de BWCC heb je een leuk scala en knopen om uit te proberen wanneer je kindje ver genoeg in ontwikkeling is.

 

RRRR: Reinforced Rear Rebozo Ruck

De RRRR is een variatie op de Ruck voor gevorderde knopers waarbij er een tweede baan over de rug van je kindje loopt. Je kunt hem maken met een korte doek in maat twee of drie. Het is een fijne knoop als je peuter veel zelf wil lopen en af en toch even gedragen wilt worden. Ik vind hem geschikt voor kindjes die zelfstandig kunnen gaan zitten.

DH-R: Double Hammock Rebozo

Dit is een variatie op de DH die je met een korte doek in maat drie kunt doen. Wanneer je de tweede laag over de rug van je kindje brengt span je die goed aan. Vervolgens houd je de doek aan één kant onder je arm en knoop je schuin over je borst af. Hierdoor is dit een rugknoop waarbij je één schouder vrij houd. Deze knoop is echt voor mensen die veel rugdraagervaring hebben. Dit omdat de doekbanen niet gezekerd worden. De knoop kan je gebruiken wanneer je kindje zelfstandig kan gaan zitten en liefst zelfs kan lopen. Dit omdat een klein kindje door de asymmetrie in de knoop schuin kan gaan hangen. Om die reden is het ook niet handig als kindjes met deze knoop op de rug in slaap vallen.

Torsodragen

Torsodragen is een fijne manier van dragen als je graag je schouders wilt ontlasten. Ook is het een relatief koele manier van dragen. Je hebt geen doek onder zweterige oksels doorlopen en wanneer je knoopt met een Afrikaanse Torsodoek heb je slechts één dunne doek over je kindje lopen.

20141018_100209-2Torsodragen met een Afrikaanse Torsodoek

Een Torsodoek is gemaakt van 100% katoen en ongeveer 1,80m bij 1,20m. Je draagt je kindje laag op de rug en knoopt de doek boven en onder je borst goed strak af. Je kan op drie manieren afknopen, de doek twisten, knopen of naar binnen rollen. Alle drie de methodes zijn sterk genoeg om een kindje te dragen. Torsodragen kan vanaf het moment dat je kindje kan zitten.

Torsodragen met een geweven doek

Torsodragen is heel goed mogelijk met een geweven doek. Je knoopt dan een DH waarbij je de schouderbanen onder je armen brengt. Hier kan je ze direct afknopen bijvoorbeeld met een korte doek in maat drie. Ook kan je er voor kiezen de banen nog een keer naar achter te brengen en de doek te zekeren zoals je ook bij een normale DH zou doen. In beide gevallen is het een knoop voor kinderen die zelfstandig kunnen gaan zitten.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>